Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bi·seks
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen biseks
verbogen
partitief biseks

Bijvoeglijk naamwoord

biseks

  1. verkorting van biseksueel, het zowel van mannen als van vrouwen houden
Verwante begrippen

Gangbaarheid

65 % van de Nederlanders;
68 % van de Vlamingen.