asielkind

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • asiel·kind
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord asielkind asielkinderen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

asielkind o

  1. kind van vluchtelingen; kind dat asiel heeft aangevraagd
     Het plaatsen van 12.000 leerplichtige asielkinderen zorgt voor financiële hoofdbrekens bij scholen. En het ministerie weet nog steeds niets of alle asielkinderen inmiddels wel op school zitten. 'Dat komt echt knullig over', staat in een mailwisseling die onze redactie opvroeg.[1]
     Programmamaker Tim Hofman (30) heeft een jong asielkind gebruikt om de publieke opinie rondom het kinderpardon te beïnvloeden. Dat beaamt VVD-minister Cora van Nieuwenhuizen in WNL Op Zondag op NPO 1. ,,Het is kennelijk gedaan uit het oogpunt: het doel heiligt alle middelen. Je voelt je ontzettend ongemakkelijk als je die beelden ziet.”[2]
     Een vrouw die ik op de trail tegenkwam, Happy Feet, vertelde me hoe ze haar werk combineerde met lange wandelingen. De ene helft van het jaar werkte ze met asielkinderen in Zweden en de andere helft liep ze in talloze landen, wat haar leven balans gaf.[3]

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Ellen van Gaalen en Cyril Rosman “Scholen met handen in haar over geld voor asielkinderen” (11-01-2017), Tubantia
  2.   Weblink bron Sebastiaan Quekel “Tim Hofman heeft asielkind gebruikt in documentaire, zegt minister Van Nieuwenhuizen” (04-11-2018), Tubantia
  3. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers