ambtsedig


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ambts·edig
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen ambtsedig
verbogen ambtsedige
partitief ambtsedigs

Bijvoeglijk naamwoord

ambtsedig

  1. wat valt onder de ambtseed
     Uit beelden van bewakingscamera's zou echter blijken dat het initiatief van de mishandeling juist bij de opsporingsambtenaar lag en dat de jongeman de mishandeling niet heeft gepleegd: de BOA slaat en schopt de jongen. Een collega die erbij was en het ambtsedig proces-verbaal van de BOA mee heeft ondertekend, wordt door het OM verdacht van meineed.[1]
     Het rapport van de makelaar was niet erg betrouwbaar, want het was niet ambtsedig opgesteld.[2]

Gangbaarheid

40 % van de Nederlanders;
30 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron “OM: 5 maanden voor meineed mishandelende NS-medewerker” (25 juni 2014), Het Parool
  2.   Weblink bron “Kwade trouw bij aangifte reden tot navordering” (04-03-2004), Reformatorisch Dagblad
  3.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be