Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ai·ki·do
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Japans, in de betekenis van ‘Japanse gevechtssport’ voor het eerst aangetroffen in 1972 [1]
  • uit het Japans [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord aikido -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

aikido o

  1. (sport) (filosofie) een Japanse krijgsdiscipline met een sterk filosofische inslag
Verwante begrippen

Gangbaarheid

76 % van de Nederlanders;
79 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen