woningonderhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wo·ning·on·der·houd
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord woningonderhoud
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

woningonderhoud o

  1. het geheel aan werkzaamheden dat nodig is om een woning in goede staat te houden