wisecrack

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wise·crack
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wisecrack wisecracks
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

wisecrack m

  1. kwinkslag

Gangbaarheid

37 % van de Nederlanders;
28 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen