wijkmeester

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wijk·mees·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wijkmeester wijkmeesters
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

wijkmeester m

  1. een opzichter die aangesteld is om in een bepaalde wijk te dienen als aanspreekpunt en toezicht te houden