waarzegster

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • waar·zeg·ster
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord waarzegster waarzegsters
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

waarzegster v

  1. (beroep) een vrouw die toekomstvoorspellingen doet

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be