verbleekt

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·bleekt
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van verbleken: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel

Werkwoord

vervoeging van
verbleken

verbleekt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verbleken
    • Jij verbleekt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verbleken
    • Hij verbleekt. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van verbleken
    • Verbleekt! 
vervoeging van: verbleken…
verbogen vorm: verbleekte

verbleekt

  1. voltooid deelwoord van verbleken

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be