toetjes

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • [A] toe·tjes
  • [B] toet·jes
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

[A] toetjes mv

  1. verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord toetje

Zelfstandig naamwoord

[B] toetjes mv

  1. verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord toet