toebidden

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toe·bid·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
toebidden
bad toe
toegebeden
klasse 5 volledig

Werkwoord

toebidden

  1. iemand iets wensen, toewensen
    • Gods rust en vrede en zijn kracht toebidden voor de komende tijd. 

Gangbaarheid