Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stut
enkelvoud meervoud
naamwoord stut stutten
verkleinwoord stutje stutjes

Zelfstandig naamwoord

stut m

  1. een voorwerp dat ter ondersteuning onder een ander voorwerp geplaatst wordt
    • Die boom heeft een goede stut nodig om niet om te vallen. 

Werkwoord

vervoeging van
stutten

stut

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van stutten
  2. gebiedende wijs van stutten

Gangbaarheid

80 % van de Nederlanders;
74 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be