spokerij


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spo·ke·rij
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord spokerij spokerijen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

spokerij v

  1. (mythologie) verschijning van spoken en geesten, meestal in de nachtelijke uren
    • De rusteloze vrijbuiter voelt zich aangetrokken tot spokerij en occultisme. Met vrienden voert hij discussies over bijvoorbeeld spiritisme, astrologie, kabbala en vrijmetselarij. Wijkstra probeert bijvoorbeeld door zelfhypnose alle vrees en angst in zichzelf te overwinnen. [1] 
Synoniemen

Gangbaarheid

80 % van de Nederlanders;
82 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Reformatorisch Dagblad J. Visscher 29-03-2012 Lutje IJje Wijkstra vermoordde vier veldwachters in Doezum
  2.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be