Nederlands

 
blanke roux
Uitspraak
Woordafbreking
  • roux
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Frans [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord roux rouxs
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

roux m

  1. (voeding) mengsel van bruin gebraden boter en bloem
    • Maak een roux van boter en bloem en giet er de witte wijn (mag ook een lichte sherry zijn) en bouillon bij, blijf kloppen tot je een mooie gebonden soep hebt. [2] 
    • Fruit ondertussen de sjalot in de boter glazig en voeg de bloem toe en laat deze roux garen. [3] 
    • Het kookwater van de witlof heb je toch bewaard? Doe wat boter in een pannetje, de bloem erbij, roeren tot een roux. [4] 

Gangbaarheid

59 % van de Nederlanders;
79 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. roux op website: Etymologiebank.nl
  2. De Telegraaf FELIX WILBRINK 05 apr. 2018 Kippen crème-soep
  3. De Telegraaf WENDY ROEP 21 dec. 2018 Bijzonder feestmaal bij Resto VanHarte
  4. De Telegraaf FELIX WILBRINK 14 jan. 2019 Witlof van weleer
  5.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be