pakster


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pak·ster
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord pakster paksters
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

pakster v [1]

  1. vrouw die goed is in het inpakken van een koffer e.d.
    • I Am Packed toont ook waar de mensen naartoe reizen en welk beroep ze uitoefenen. De Belgische modeliefhebster Cecile die naar Parijs gaat bijvoorbeeld, heeft de inhoud van haar koffer op de site geplaatst. Dat is bijzonder handig als je zelf een fashionista bent die een citytrip wil boeken naar de Franse hoofdstad. Ben je van nature een goede pakster, dan kan je jouw eigen foto op de site plaatsen om anderen te inspireren. [2] 
  2. (beroep) vrouw die gekochte voorwerpen inpakt in een winkel
Synoniemen

Gangbaarheid

78 % van de Nederlanders;
75 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen