ouderenwoninkjes

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ou·de·ren·wo·nin·kjes
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

ouderenwoninkjes mv

  1. verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord ouderenwoning
    • Bewoners van de Wielenpôlle zijn zwaar verdeeld over het plan om twaalf ouderenwoninkjes in de wijk te bouwen, speciaal bedoeld voor de oudere bewoners van de buurt en het woonwagenkamp in de Boornstraat. [1]

Gangbaarheid

Verwijzingen