ontbranden

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·bran·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontbranden
ontbrandde
ontbrand
zwak -d volledig

Werkwoord

ontbranden

  1. ergatief een proces ondergaan waarbij vuurverschijnselen ontstaan, in de brand vliegen
    • De vrijgekomen hete waterstof ontbrandde bij de ontploffing van de reactor, zodra het hete gas met de zuurstof van de lucht in aanraking kwam. 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be