leeslamp

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lees·lamp
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord leeslamp leeslampen
verkleinwoord leeslampje leeslampjes

Zelfstandig naamwoord

leeslamp v/m

  1. een lamp voor bij het lezen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be