klaarder

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klaar·der
Woordherkomst en -opbouw
  • klaar met het achtervoegsel -er en tussenklank -d-

Bijvoeglijk naamwoord

klaarder

  1. onverbogen vorm van de vergrotende trap van klaar
    • Zolang men hier niet klaarder ziet, zal de onzekerheid over de toekomst van het federale België niet afnemen. [1]

Gangbaarheid

Verwijzingen