• ki·ne·sis·ka
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   kinesiska     kinesiskan     -     -  
genitief   kinesiskas     kinesiskans     -     -  

kinesiska, g ([meestal] zonder meervoud)

  1. (taal) Chinees


  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   kinesiska     kinesiskan     kinesiskor     kinesiskorna  
genitief   kinesiskas     kinesiskans     kinesiskors     kinesiskornas  

kinesiska, g

  1. (demoniem) Chinese (vrouwelijke vorm)
Demoniemen bij Kina in het Zweeds

inwoner: kines • inwoonster: kinesiska • bijvoeglijk: kinesisk