inslijpen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·slij·pen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
inslijpen
sleep in
ingeslepen
klasse 1 volledig

Werkwoord

inslijpen [1]

  1. overgankelijk door slijpen aanbrengen in
  2. overgankelijk op maat slijpen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
82 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen