herstarten

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • her·star·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
herstarten
herstartte
herstart
zwak -t volledig

Werkwoord

herstarten

  1. overgankelijk opnieuw in beweging zetten
    • Hij had zijn computer herstart, maar het probleem bleek hardnekkig. 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be