• her·be·leg·gen

herbeleggen

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
herbeleggen
herbelegde
herbelegd
zwak -d volledig
  1. het opnieuw aanwenden van een kapitaal om er aandelen van te kopen
     Aegon heeft 30-duizend beleggers te veel laten betalen voor hun woekerpolis. Dat heeft de Hoge Raad bepaald. Het arrest houdt in dat Aegon de teveel betaalde premie moet terugbetalen en herbeleggen in de polis.[1]
     Als de Hoge Raad het advies overneemt, moet Aegon 80 procent te veel betaalde poliskosten herbeleggen. Volgens Sippel loopt de compensatie dan op tot enkele duizenden euro's per polis.[2]
  1.   Weblink bron “Hoge Raad veroordeelt Aegon in zaak-woekerpolis” (Vrijdag 14 juni 2013, 12:18), NOS
  2.   Weblink bron “Mogelijk doorbraak woekerpolissen” (Vrijdag 14 juni 2013, 05:00), NOS