elfmaal

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • elf·maal
Woordherkomst en -opbouw

Telbijwoord

elfmaal

  1. met elf herhalingen, in elf gevallen

Gangbaarheid

62 % van de Nederlanders;
69 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be