doorkrijgen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • door·krij·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doorkrijgen
kreeg door
doorgekregen
klasse 1 volledig

Werkwoord

doorkrijgen

  1. absoluut gaan beseffen dat er iets niet klopt
    • Die oplichter kon goed praten, maar toch kreeg ik hem al gauw door. 

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be