chasidee oemot haolam

  • cha·si·dee oe·mot ha·o·lam

de chasidee oemot haolammv

  1. (Jiddisch-Hebreeuws) goede mensen in de niet-joodse volksgemeenschappen, in het bijzonder: niet-joden die in de Tweede Wereldoorlog joden hebben gered
    Als eretitel meestal vertaald als "Rechtvaardigen onder de Volkeren"