Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bo·ze

Bijvoeglijk naamwoord

boze

  1. verbogen vorm van de stellende trap van boos
     Haar eerste optreden in de grote, boze, enge wereld was redelijk succesvol geweest.[1]
Uitdrukkingen en gezegden
  • dat is uit den boze
dat is ten strengste verboden

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Suzanne Vermeer  All-inclusive”   (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht, ISBN 90-229-9182-2
  2.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be