bovenhalen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bo·ven·ha·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bovenhalen
haalde boven
bovengehaald
zwak -d volledig

Werkwoord

bovenhalen

  1. overgankelijk iets dat in de diepte, bedolven, bedekt, opgeborgen of vergeten was weer aan de oppervlakte brengen
    • De laatste dagen verliepen onder zeer gunstige klimatologische omstandigheden, zodat we de tent nog eens bovenhaalden. 

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be