Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bot·weg
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van bot met het achtervoegsel -weg

Bijwoord

botweg

  1. onbeleefd, kortaf
    • Hij weigerde botweg het verzoek. 
     Het fatsoensmens in je weigert dit botweg te geloven.[1]
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Suzanne Vermeer  All-inclusive”   (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht, ISBN 90-229-9182-2
  2.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be