enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  bois     le bois     bois     les bois  

[A] bois m

  1. bos
  2. hout
een kater hebben
  • croix de bois, croix de fer
erewoord!
wollige taal, politieke clichétaal

[B] bois

  1. eerste persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van boire
  2. tweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van boire
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van boire