bohemer

Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Bohemer


Nederlands

 
[2] bohemer; Boheemse gaai
Uitspraak
Woordafbreking
  • bo·he·mer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bohemer bohemers
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bohemer m [2]

  1. iemand zonder vaste woon- of verblijfplaats; iemand met een ongeregelde levenswijze
  2. Bombycilla garrulus   Boheemse gaai of pestvogel
Synoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

58 % van de Nederlanders;
73 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen