applausconcert

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ap·plaus·con·cert
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord applausconcert applausconcerten
verkleinwoord applausconcertje applausconcertjes

Zelfstandig naamwoord

applausconcert o

  1. een concert dat in zijn geheel of grotendeels bestaat uit mensen die in hun handen klappen
    • De vrijwilligers werden door de deelnemers getrakteerd op een applausconcert.