Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aga·ten
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van agaat met het achtervoegsel -en
stellend
onverbogen (alleen
attributief)
verbogen agaten

Bijvoeglijk naamwoord

agaten

  1. van agaat vervaardigd
    • Dit sierlijke mes had een agaten heft. 

Zelfstandig naamwoord

agaten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord agaat

Gangbaarheid

67 % van de Nederlanders;
70 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be