Europarlementslid


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • Eu·ro·par·le·ments·lid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord Europarlementslid Europarlementsleden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

Europarlementslid o

  1. (politiek) iemand die lid is van het Europees Parlement
     CDA-Europarlementslid Van de Camp vindt de actie ongepast. Collega Berman (PvdA) noemt het een gotspe om Wilders juist voor deze prijs te nomineren. De ideeën van Wilders staan haaks op die van Sacharov, zegt Berman.[1]
     Europarlementslid Bas Eickhout (GroenLinks) noemt het afwijzen van een handelsverbod "onbegrijpelijk stompzinnig en kortzichtig".[2]

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron “PVV wil Wilders voordragen voor prijs” (07-07-2010), NOS
  2.   Weblink bron “Handel tonijn en ijsberen niet verboden” (18-03-2010), NOS