τίθημι

Oudgrieks

stamtijd
praesens aoristus perfectum futurum
actief τίθημι ἔθηκα τέθηκα θήσω
med/pass. τέθειμαι ἐθέμην

Werkwoord

τίθημι

  1. leggen, plaatsen, zetten
  2. (in)stellen
Afgeleide begrippen