Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zou·den

Werkwoord

vervoeging van
zullen

zouden

  1. meervoud verleden tijd van zullen
    • Wij zouden. 
    • Jullie zouden. 
    • Zij zouden. 
     Ik probeerde me voor te stellen waar ze nu mee bezig zouden zijn: met hun neus in de boeken of chattend met hun vrienden.[1]

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  2.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be