zeiden
- zei·den
vervoeging van |
---|
zeggen |
zeiden
- meervoud verleden tijd van zeggen
- Wij zeiden.
- Jullie zeiden.
- Zij zeiden.
- Wij zeiden.
- ▸ Ik werd er ook minder dominant van, ik moest me flexibel opstellen, kreeg niet altijd mijn zin en had meer aandacht voor andere mensen die binnen groepen ook weinig zeiden.[1]
- Het woord zeiden staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "zeiden" herkend door:
91 % | van de Nederlanders; |
84 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers
- ↑ Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be