• wiens

wiens?

  1. m, o genitief van wie: van wie, waarvan
    • Wiens auto is dat? 

wiens

  1. m, o van wie
    • Ik zal de medewerker wiens artikel dit is om opheldering vragen. 
     ’Als je buiten bent, maakt het niet uit wiens afval het is.’ Gedurende de vijf maanden onderweg hadden de mannen meer dan 500 kilo uit de wildernis verwijderd.[1]
96 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.[2]
  1. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  2.   Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be