verslijpen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·slij·pen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verslijpen
versleep
verslepen
klasse 1 volledig

Werkwoord

verslijpen

  1. overgankelijk door slijpen een aangepaste vorm geven
    • Ik heb dat opgelost door dikwandige buis te vervormen en verslijpen. 
  2. ergatief door een slijpproces beschadigd raken
    • Die as was helemaal verslepen. 

Gangbaarheid