verluid

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·luid
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van verluiden: de stam zonder -d omdat de stam al op -d eindigt en zonder ge- vanwege voorvoegsel

Werkwoord

vervoeging van
verluiden

verluid

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verluiden
    • Ik verluid. 
  2. gebiedende wijs van verluiden
    • Verluid! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verluiden
    • Verluid je? 
vervoeging van: verluiden…
verbogen vorm: verluide

verluid

  1. voltooid deelwoord van verluiden