verbakken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·bak·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verbakken
verbakte
verbakken
zwak -t

gemengd

volledig

Werkwoord

verbakken

  1. overgankelijk verbruiken voor het bakken van iets
    • Uiteraard mocht niemand meel om te verbakken in zijn huis opslaan, zonder hierover de accijns te hebben betaald. 

Gangbaarheid

52 % van de Nederlanders;
44 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be