sponsen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spon·sen

Zelfstandig naamwoord

sponsen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord spons
Synoniemen

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be