sanctuary

Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
sanctuary sanctuaries

Zelfstandig naamwoord

sanctuary

  1. (religie) heiligdom, gebedsruimte
  2. toevluchtsoord
    «Al Qaeda set up sanctuary in Pakistan.»
    Al Qaeda maakte Pakistan tot hun toevluchtsoord.
  3. reservaat
    «This is an important sanctuary for Tundra Swans in winter.»
    's Winters is dit een belangrijk reservaat voor de fluitzwaan.