heiligdom

Nederlands

 
[1] Heiligdom Onze Lieve Vrouw ter Nood
Uitspraak
Woordafbreking
  • hei·lig·dom
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord heiligdom heiligdommen
verkleinwoord heiligdommetje heiligdommetjes

Zelfstandig naamwoord

heiligdom o

  1. (religie) plaats of gebouw gewijd aan een god of godin
    • Het Parthenon was een belangrijk heiligdom. 
  2. (schertsend) plaats die voor iemand heel belangrijk is en waar hij almachtig is
     Ook als ik niet op het bestaan van de majordomus zou zijn voorbereid, had hij mij onmogelijk kunnen ontgaan. Zodra ik één voet over de drempel had gezet van zijn vesting en heiligdom, danste hij mij tegemoet. Hij verwelkomde mij met zoveel egards, krullen en arabesken dat het overduidelijk was dat ik met een professional te maken had[1]
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Pfeiffer, Ilja Leonard   “Grand Hotel Europa” (2018), De Arbeiderspers  , ISBN 978-90-295-2622-7, p. 13
  2.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord heiligdom heiligdomme

Zelfstandig naamwoord

heiligdom

  1. heiligdom