Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • raad·je

Zelfstandig naamwoord

raadje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord raad
  2. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord rad
Synoniemen

Gangbaarheid

67 % van de Nederlanders;
69 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be