opgewonden

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·ge·won·den
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van: opwinden…
verbogen vorm: opgewondene

opgewonden

  1. voltooid deelwoord van opwinden
  2. bijwoordelijk gebruikt
     ‘Dit is het,’ fluisterde ik opgewonden in het duister.[1]

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  2.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be