Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • nat·ta
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Noorse werkwoord natte.
Naar frequentie 1509
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud natta
o enkelvoud natta
meervoud natta
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
natta

Bijvoeglijk naamwoord

natta

  1. slapen gegaan

Werkwoord

natta

  1. verleden tijd van natte
  2. voltooid deelwoord van natte
Schrijfwijzen

Zelfstandig naamwoord

natta, v

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van natt
Schrijfwijzen


Nynorsk

Uitspraak
  • IPA: / ˈɑmɑ
Woordafbreking
  • am·ma
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Nynorske werkwoord natte.
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud natta
o enkelvoud natta
meervoud natta
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
natta

Bijvoeglijk naamwoord

natta

  1. slapen gegaan

Werkwoord

natta

  1. onbepaalde wijs, tweede vorm naast natte, zie aldaar

natta

  1. verleden tijd van natta
  2. voltooid deelwoord van natta

natta

  1. gebiedende wijs van natta
Schrijfwijzen

Werkwoord

natta

  1. verleden tijd van natte
  2. voltooid deelwoord van natte

natta

  1. gebiedende wijs van natte
Schrijfwijzen

Zelfstandig naamwoord

natta, v

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van natte

Zelfstandig naamwoord

natta

  1. verouderde spelling of vorm van natte tot 2012
(verouderd) onbepaalde vorm nominatief enkelvoud van natte, v