klederen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kle·de·ren

Zelfstandig naamwoord

klederen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord kleed
Synoniemen

Gangbaarheid

47 % van de Nederlanders;
70 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be