influence

Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
influence influences

Zelfstandig naamwoord

influence

  1. invloed
    «The influence of the internet should not be underestimated.»
    De invloed van het internet moet niet onderschat worden.
vervoeging
onbepaalde wijs to  influence 
he/she/it  influences 
verleden tijd  influenced 
voltooid
deelwoord
 influenced 
onvoltooid
deelwoord
 influencing 
gebiedende wijs  influence 

Werkwoord

influence

  1. beïnvloeden
    «The politician wants to influence the public.»
    De politicus wil het publiek beïnvloeden.