geschoktheid


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·schokt·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord geschoktheid
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

geschoktheid v

  1. het geschrokken zijn
     Er is niet bekendgemaakt waar de drie het over hebben gehad. Een dag na de dood van Hutchins liet Baldwin al weten mee te werken aan het politieonderzoek en diepbedroefd te zijn door haar dood. "Ik heb geen woorden om mijn geschoktheid en verdriet over te brengen", schreef hij in een verklaring.[1]

Gangbaarheid


Verwijzingen

  1.   Weblink bron NOS Nieuws “Baldwin langs bij man en zoon van doodgeschoten cameravrouw” (Maandag 25 oktober 2021, 01:47), NOS